Tot ziens?

Het zoveelste boek over huisvrouwenproblemen lag uitgelezen naast mij op de bank. Vandaag was het verjaardagsfeest van de burgemeester. De veel te vrolijke muziek maakte me misselijk. Ik had geen zin in de huishoudelijke klussen die mij nog te doen stonden. Ik zou het straks wel doen, of morgen. Misschien kon dat luie mormel dat weer eens naar boven was gevlucht ook eens iets doen. Ze is al zeven, dus het lijkt mij de hoogste tijd voor haar om ook eens haar handen uit de mouwen te steken. Dat zou ik Sandra wel even haarfijn uit gaan leggen. Met moeite stond ik op en stapte met mijn blote voet op een speelgoedtol. Ik smeet het ding naar de servieskast waar het met een snerpend geluid een diepe kras in veroorzaakte. Potverdorie, dat ook nog. Dat rotkind veroorzaakt nog problemen zelfs zonder dat ze in de buurt is. Ik keek geërgerd naar het vele speelgoed dat uitgezaaid was over de vieze vloer. Ik slaakte een diepe zucht terwijl ik voelde dat de boosheid in haar naar boven kwam. Ik deed geen moeite het gevoel te bedwingen. Stampvoetend en schreeuwend rende ik naar de trap. 'Sandra! Ben je nou helemaal bedonderd! Hierkomen jij!'. Ik was halverwege de trap toen de bel ging. Een moment stond ik stil. Wat zal ik doen? De bel negeren? Meestal deed ik de deur niet open en dan was er niets aan de hand. Maar deze keer was er een soort vaag voorgevoel dat ik voelde in mijn onderbuik. Op slag was mijn boosheid verdwenen. Dat gevoel had nu plaatsgemaakt voor een zekere angst. Een onheilspellend gevoel. Als in een reflex liep ik naar de voordeur en maakte deze open. Langzaam onthulde zich twee norse gezichten, één met ongeschoren, grijze baard en één met een zwarte, kleine, ronde bril op het puntje van de neus. De drie zwegen een moment. Ik zocht vragend naar de kleine ogen van de linkse man maar die ogen waren gericht op de bruine deurmat. De rechtse man was de eerste die de stilte onderbrak. Hij sprak met een lage, bedachtzame stem. De ogen van de linkse man bleven gericht op de deurmat. Ik vroeg me af wat daar zo interessant was maar de woorden van de rechtse man lieten me geen andere keus dan naar de lage stem te luisteren en de man aan te kijken. 'Mevrouw Meijer, wij willen even met uw kinderen praten.' Hij zwaaide met een papier terwijl hij zonder pardon langs mij naar binnen liep. De linkse man sloeg zijn ogen op en volgde gedwee.
Ik wist dat dit moment zou komen, maar ik had mij het gevoel hierbij heel anders voorgesteld. Ik had gedacht dat ik opgelucht zou zijn of dat het me helemaal niets zou doen. Nu had ik ineens de behoefte om Stijn en Elise in mijn armen te houden. Maar erg vond ik het niet toen Sandra, Stijn en de mannen met Elise in hun armen met koffer en al de trap af kwamen. Niemand keek mij aan. Sandra had een blauwe plek op haar arm. Had ik die gemaakt? Ik vroeg me af hoe het kon dat de kinderen zo snel hun koffer gepakt hadden. Maar ik had niet de behoefte het antwoord te weten. Ik had niet eens de behoefte om iets te zeggen, te doen of te voelen. Ik deed dan ook niks. De rechtse man verdween met een knikje. De linkse man streelde Elise over haar wang en verdween zonder een blik. De deur viel met een harde klap dicht. Ik wreef over mijn kin en deed mijn sokken aan. De plavuizen tegels zijn te koud voor blote voeten. Ik liep naar de bank en plofte erin. Buiten hoorde ik een bekend liedje gezongen worden. Ik neuriede zachtjes mee. Het geluid van een sleutel in het sleutelgat deed me opkijken. Joost gunde me geen blik waardig maar ik zag aan hem dat hij ontwaakt was. Hij liet zijn tas op de grond vallen en liep met een ijzige vastberadenheid naar boven. Binnen enkele seconden was hij terug. 'We wisten dat dit moment zou komen. Het is niet erg. We waren erop voorbereid.' Hij pakte me bij de hand en ik liep als een mak schaap met hem mee naar boven. Eenmaal in bed voelde ik zijn warme, naakte lichaam dicht tegen me aan. Ik smolt.